Park Ter Beuken

Het Park Ter Beuken is ruim 10 ha groot. De hoofdingang ligt aan de Groendreef en het park bestaat uit twee delen: het westelijk nieuw deel (aangelegd vanaf de jaren 1980) en het oostelijk historisch deel (2,6 ha groot). Via een doorgang onder de spoorweg staat dit park in verbinding met het Prinses Josephine-Charlotte park. Een aanpalend groot perceel aan de noordzijde is gekend als ‘Villa Geurts’. 

Ter Beuken nieuw, met de ‘Mont Henri’

In de loop van de jaren 1980 en in het begin van de jaren 1990 werd aan het  oorspronkelijk Park Ter Beuken, door aankopen van de stad, het stuk meersgrond aan de kant van de Durme toegevoegd. Het gebied werd na ophoging als park aangelegd, met aandacht voor een recreatief gebruik, van rustig wandelen tot actief sporten. Het kader wordt gevormd door standplaatsgeschikte inheemse boomsoorten zoals de grauwe abeel en de ratelpopulier. Opmerkelijk is ook de compartimentering door het netwerk van paadjes.

De berg van Henri

Op de zuidzijde van de hoogste heuvel - die de naam Mont Henri draagt - werd een vlinderweide ingezaaid. In de winter heb je vanop deze Mont Henri een uniek uitzicht over de stad. 

Weetje: zo komt Mont Henri aan zijn naam

Henri Liebaut, nonkel van huidig eerste schepen Filip Liebaut, was tot de jaren ’90 werkcontroleur en diensthoofd van de technische dienst in Lokeren.

In zijn opdracht werd op een deel in het toenmalig moerasgebied, gelegen achter het Park Ter Beuken, grond aangevoerd wat na verloop van tijd uitgroeide tot een heuse ‘stapelberg’. Destijds kreeg het dan ook de roepnaam de “Mont Henri” mee door het personeel. 

Intussen is de Mont Henri helemaal ingeburgerd in de Lokerse volksmond en ook het stadsbestuur verwijst sindsdien onder die naam naar de grasheuvel in Park Ter Beuken.

Ter Beuken historisch deel- Park Villa Ter Beuken

Dit deel kende een boeiende geschiedenis, die een aanvang nam in de 19e eeuw. Voor 1875 waren de gronden, waarop de huidige villa Ter Beuken zich bevindt, eigendom van de grootgrondbezittende familie Cruyt. Het waren drassige graslanden (‘meersen’ genoemd). Ze waren nauwelijks bereikbaar vanuit het  toenmalig centrum van Lokeren. Het hele meersgebied was destijds vooral in bezit van grootgrondbezitters. De oudste kaarten van het gebied tonen aan dat een deel van die meersen reeds in de 18e eeuw was beplant met bomen. Cesar  Eduard Cruyt (1824-1896) startte er een boomkwekerij, legde een tuin aan en liet zich daar een huis bouwen.

Die meersen waren trouwens eeuwenlang van groot belang voor de landbouw. Hier kwam het vele hooi vandaan dat nodig was voor de voeding van de koeien en paarden. Voor de rijke burgers betekenden die gronden dan ook een interessante financiële investering omdat ze konden worden verpacht.

Vanaf de jaren 1850 breidde de bebouwing zich uit in dat gebied. De motor van die evolutie was de realisatie van het station op de linkeroever van de Durme en de aanleg van een brug over die rivier ter hoogte van de Markt. Zo ontstond hier een wijk die op de iets hoger gelegen of op opgehoogde percelen onder meer werd bebouwd met (buiten)verblijven van rijk geworden industriëlen en gegoede burgers, vormgegeven als landelijke kasteelachtige villa’s in het groen.

Op de plaats van de huidige villa stond er einde 19e eeuw een nieuwe woning, gebouwd door de familie Schaetsaert, die er ook kwam wonen. Dit huis werd later afgebroken. De huidige villa Ter Beuken kwam in 1914 in de plaats naar een ontwerp van de Gentse architect Prosper Alfred Buyck (1873-1938) en dat in opdracht van Georges Schaetsaert (1871-1929), de oudste zoon. De toen typische art nouveau-stijl (ook Jugendstil genoemd) had de bedoeling te  breken met het verleden en iets totaal nieuws te realiseren. 

Kenmerkend is onder meer het gebruik van verschillende baksteensoorten. Het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog verhinderde echter de afwerking van de villa. Dat lukte wel in 1920-’21 door de volgende eigenaars, leden van de textiel- familie Cock. Op de zijgevel van de villa is een basreliëf van Geo Verbanck uit 1926 aangebracht. Kort daarna, in 1928, werd de villa met tuin verkocht aan fabrikant Anna Cogen. In 2026 werd het park samen met de villa en de conciërgewoning als monument beschermd.

Over het uitzicht van het eerste huis van Schaetsaert is er niets bekend, maar er is wel wat geweten over het park dat dit Gentse ondernemersgezin in de periode 1878-’80 liet aanleggen. Sommige beuken in het huidige park herinneren aan die tijd en verklaren wellicht de naam van het park. De eigenaar liet de grond rond de villa inrichten als een Engelse landschapstuin met als belangrijkste kenmerken de golvende lijnen van paden en gazon, de bomengroepen met landschapsvensters (doorkijkjes) en een serpentinevijver (een vijver met kronkels en bochten).

Sinds einde 1976 is het domein eigendom van de stad en opengesteld als  stadspark. Parken betekenen altijd een ontmoeting van natuur en cultuur en zijn daarom vaak een ideale plaats voor een confrontatie met kunst. In het Park Ter Beuken komt deze verbondenheid in ruime mate aan bod en dit niet alleen door de bouwstijl van de villa, het reeds vermelde bas-reliëf of de aanleg van het park. 
De culturele uitstraling van het geheel wordt maximaal vergroot door enerzijds de vestiging van de Kunstacademie Ter Beuken daar en anderzijds omdat de groene  omkadering al sinds ‘81 ruimte biedt aan een jaarlijkse openlucht- tentoonstelling van ruimtelijke kunst, met werken van hedendaagse beeldende kunstenaars. Zowel gevestigde namen als aankomend talent komen er aan bod.

Ook hier vinden we enkele merkwaardige bomen. Het park biedt naast een  beukendreef verschillende alleenstaande beuken zoals de indrukwekkende rode beuk aan de vijver. Vlakbij staat op een heuveltje een oude treures. Aan de rand van de weg, die de bezoeker langs de andere zijde van het park weer naar de inkom leidt, tref je een wel heel merkwaardige boom aan: een doodsbeenderen
boom.

Naar top